De initiatiefwet Zelfstandigenwet staat inmiddels open voor online reacties. Reageren kan tot 23 juni. Vooral het onderdeel ‘sectoraal rechtsvermoeden’ voor een dienstverband baart zorgen. Wat een ‘risicovolle sector’ is met ‘veel schijnzelfstandigheid’, wordt namelijk niet uitgewerkt. Wel staat vast dat de zzp’er in zo’n geval geen rechtszekerheid krijgt. Daarmee zou de zorg weleens in precies dezelfde situatie kunnen belanden als nu het geval is. In de huidige vorm houdt de Zelfstandigenwet onzekerheid in stand voor zzp’ers in de zorg.
- De tekst van de initiatiefwet Zelstandigenwet vind je hier;
- De memorie van toelichting, met motivatie en uitwerking vind je hier.
- Wil je reageren? De internetconsultatie vind je hier.
Zelfstandigenwet, met opt-out voor ‘risicovolle sectoren’
Het initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet, staat open voor internetconsultatie. De wet wil een einde maken aan de aanhoudende rechtsonzekerheid voor zzp’ers, door een helder wettelijk toetsingskader te bieden. Via een Zelfstandigentoets en een Werkrelatietoets moet vooraf duidelijk worden of je zelfstandig genoeg bent en wat voor arbeidsrelatie je hebt. Als partijen er niet uitkomen dan komt er een onafhankelijk toetsingscommissie, die bindende uitspraken kan doen over de aard van de arbeidsrelatie. Dat klinkt allemaal goed, maar let op.
Sectoren waar ‘veel risico op schijnzelfstandigheid bestaat’, zijn via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) wettelijk als ‘risicovol’ te verklaren. In deze sectoren gaan we op de oude voet verder. Opdrachtgevers moeten bewijzen dat iemand echt buiten dienstverband werkt, net zoals onder de huidige wet DBA. De zzp’er krijgt geen rechtszekerheid vooraf. Wanneer je precies ‘buiten dienstverband’ met een zzp’er werkt, blijft onduidelijk. Daarmee lijkt de Zelfstandigenwet een waardevolle wet voor alle zzp’ers, behalve de zzp’ers in de – nader te bepalen – ‘risicovolle sectoren’.
Reacties zzp belangenbehartigers op Zelfstandigenwet
In verband met de internetconsultatie, komen er voor het eerst reacties los van zzp belangenbehartigers. Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) geeft aan dat de wet een goed alternatief is voor de conceptwet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR). Dat het zelfstandig ondernemerschap het vertrekpunt is, is een stap vooruit. “Het plan koppelt vrijheid van ondernemen aan verantwoordelijkheid voor het eigen duurzaam ondernemerschap”, aldus VZN. Wel vraagt de zzp koepel zich af hoe de verplichte voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en oudedag er precies uit komen te zien. Ook zijn er zorgen over het sectorale rechtsvermoeden; het oordeel dat er in een ‘bepaalde sectoren’ sprake zou zijn van schijnzelfstandigheid.
Sectoren met ‘verhoogd risico’ op schijnzelfstandigheid
In België geldt eenzelfde wet als de concept Zelfstandigenwet. Ook in dat land kregen bepaalde sectoren het label ‘verhoogd risico op schijnzelfstandigheid‘. In zo’n geval is het veel lastiger om vast te stellen of je als zelfstandige werkt, of in loondienst. Bij onze zuiderburen liggen bijvoorbeeld de sectoren bouw, bewaking, vervoer en schoonmaak onder een vergrootglas. In Nederland worden de sectoren van zorg, onderwijs en kinderopvang vaak ‘sectoren met een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid‘ genoemd. Die hoge schijnzelfstandigheid is niet feitelijk onderbouwd, maar zingt wel al langere tijd rond.
“In de sectoren kinderopvang, onderwijs en zorg is de schijnzelfstandigheid problematiek dusdanig urgent dat de continuïteit en de kwaliteit van de aangeboden diensten onder druk komt te staan.” – Tweede Kamer.
Deze drie sectoren, waaronder de zorg, zijn in België niet ‘risicovol’. Het aandeel Belgische zzp’ers ligt in deze drie sectoren lager dan bij ons en wordt niet zozeer als probleem gezien. Een sector lijkt als ‘risicovol’ te worden gelabeld als er ‘teveel’ zzp’ers actief zijn. Voor de zorgsector wordt het belangrijk om te achterhalen wat de gevolgen van het ‘sectoraal rechtsvermoeden’ precies zijn en of de sector wettelijk gezien gaat worden als ‘risicovol’.
Wat zijn de gevolgen als de sector zorg binnen de Zelfstandigenwet wettelijk als ‘risicovol’ wordt gelabeld?
Sectoraal rechtsvermoeden: ‘werknemer, tenzij’
Het ‘sectorale rechtsvermoeden’ uit het wetsvoorstel Zelfstandigenwet is een instrument dat de overheid in kan zetten om schijnzelfstandigheid in bepaalde sectoren te bestrijden. Via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en advies van de Sociaal-Economische Raad (SER), worden bepaalde sectoren aangewezen waar wordt gesteld dat er in principe sprake is van een arbeidsovereenkomst.
De SER wordt vooral bevolkt door werkgevers- en werknemersorganisaties. Zoals de FNV, die fel tegen zzp’ers in de zorg is. Via het sectoraal rechtsvermoeden komen ‘risicovolle sectoren’ binnen de Zelfstandigenwet precies in de dynamiek waar nu alle sectoren in zitten. Je bent werknemer, tenzij je als opdrachtgever aan kunt tonen dat je de zzp’er buiten dienstverband laat werken.
Wat gebeurt er als de zorgsector ‘risicovol’ zou zijn?
Als een sector na de inwerkingtreding van de Zelfstandigenwet via een AMvB als ‘risicovol’ wordt bestempeld, dan verschuift de bewijslast volledig naar de opdrachtgever. Wie als zzp’er werkt in een ‘risicovolle sector’, moet er rekening mee houden dat de opdrachtgever moet aantonen dat er géén schijnzelfstandigheid is. Daarmee blijft de onzekerheid en dus de onrust in stand. Net zoals onder de wet DBA nu het geval is. Hoe je precies bewijst wanneer er sprake is van ‘buiten dienstverband’, weet niemand.
Als de zorg een risicovolle sector zou zijn, dan betekent dit voor een zzp’er in de zorg dat de ruimte voor ondernemerschap kleiner wordt. Het uitgangspunt is immers dat je werknemer bent, tenzij de opdrachtgever met harde bewijzen komt dat dit niet zo is. Duidelijkheid vooraf krijg je dan dus niet als zzp’er en je bent weer bezig met het voorkomen van schijnzelfstandigheid. Als de zorgsector een risicovolle sector zou worden, dan blijven de problemen voor zzp’ers en hun opdrachtgevers bestaan. Wanneer een sector precies risicovol is, wordt in de Zelfstandigenwet niet verder uitgewerkt. Voor de zorgsector blijft wat ons betreft dus voorzichtigheid geboden.
Vakbonden die beslissen over zzp’ers in de zorg
Hoewel het wetsvoorstel Zelfstandigenwet niet op voorhand bepaalt dat de zorg een risicosector is, wordt ook niet uitgesloten dat het géén risicosector is. Zeker met een prominente rol voor de vakbonden binnen de SER bij het bepalen van ‘risicosectoren’, zou de zzp’er in de zorg wat ons betreft terughoudend moeten zijn met enthousiasme over de Zelfstandigenwet. In deze vorm. Dat is teleurstellend, want de aanvankelijke signalen waren heel positief.
De politiek en vooral de Belastingdienst richten zich al jaren op het terugdringen van het aantal zzp’ers in de zorg en noemen de sector voortdurend ‘risicovol’. Als het sectoraal rechtsvermoeden wordt ingevoerd in de zorg, blijft de situatie zoals deze nu is. De opdrachtgever moet zelf bepalen of er ‘buiten dienstverband’ wordt gewerkt. Garanties zijn er niet. Daarmee blijft de rechtsonzekerheid voor werkzame zzp’ers bestaan.
De wijze waarop de ‘opt-out’ via sectorale aanwijzing kan worden ingezet, plaatst zzp belangenorganisaties voor een dilemma. Zij zitten namelijk in de SER en worden via deze wet betrokken bij het aanwijzen van groepen zzp’ers binnen ‘risicovolle sectoren’. Daarmee hebben ze het over hun eigen achterban. Het wordt belangrijk om op te halen wat nu precies een sector ‘risicovol’ maakt en hoe dat onderbouwd wordt. Zonder die toespitsing, zit de zzp’er in de zorg mogelijk straks in eenzelfde situatie als nu het geval is. Laten we hopen op een stevige inhoudelijke bijdrage vanuit de zzp koepels richting de politiek.
Wil je reageren op de Zelfstandigenwet? De internetconsultatie vind je hier.