Wat maken zzp’ers in de zorg mee tijdens de opdrachten die zij vervullen? Hoe noodzakelijk is hun aanwezigheid? Saskia Spijks is zzp verzorgende-IG en werkt 45 jaar in de zorg. Onlangs deed ze een avonddienst in een verpleeghuis, waar van alles mis was. Op die avond was ze onverwacht in haar eentje verantwoordelijk voor een afdeling met achttien bewoners met uiteenlopende aandoeningen. Alleen op een afdeling staan, waar van alles ontbreekt, was een aangrijpende ervaring voor haar.
Interview door Paulien den Bode
Ik ging met een goed humeur en nieuwsgierige houding aan het werk
Saskia ging enthousiast op weg naar een avonddienst in een verpleeghuis. “Ik had echt zin in deze dienst. Met een goed humeur en nieuwsgierige houding ging ik op pad. Het leek mij een interessante afdeling met mensen met Parkinson, CVA en Katatonie. Ik hoopte vooral weer iets te ervaren over de zorg voor mensen met Parkinson. Als zzp’er kom ik iedere keer in een andere werkomgeving, waardoor ik kan blijven leren. Dat is een van de leuke kanten van het zzp-schap. Door de chaos die ik aantrof op de afdeling, was mijn enthousiasme snel verdwenen.
In mijn eentje verantwoordelijk voor 18 bewoners
Saskia verteld in grote lijnen wat ze meemaakte. “Die avond ben ik in mijn eentje verantwoordelijk geweest voor achttien bewoners, die veel zorg nodig hebben. De beoogde collega voor deze dienst had zich al twee dagen eerder ziek gemeld. De planner was niet alert genoeg geweest om daar iets mee te doen. Na drie uur alleen op de afdeling, werd duidelijk dat ik er de rest van de avond ook alleen voor stond. Dat werd gelaten aanvaard door het avondhoofd. ‘Er zijn zoveel problemen’, zei ze. Geen idee wat ze er nog verder aan kon doen. Zo werd het mijn probleem, terwijl de organisatie in zo’n situatie tekortschiet. Hoe ga ik in mijn eentje een zware patiënt in een zware rolstoel krijgen om naar bed te brengen, vroeg ik me af. Ik kon niemand bellen om te overleggen, want er was geen achterwacht of omloop om met mij mee te denken en te helpen.”
Geen vervanging was niet het enige probleem
Geen vervanging voor de ziek gemelde collega, bleek niet het enige probleem. “Helaas was er veel meer mis. Ik dacht dat de dagdienst de bijzonderheden van de bewoners had overgedragen. Maar dat bleek niet zo te zijn. Er was niet verteld dat er drie mensen in isolatie zaten. De telefoons die als alarmsysteem werken op de afdeling waren niet opgeladen, waardoor ik niet kon zien op welke kamers lichtjes branden. Ik liep continu heen en weer om te zien wie hulp nodig had en bellen uit te schakelen. De benodigde hulpmiddelen voor bewoners waren niet klaargelegd. Toen ik vroeg waar ik die kon vinden, kreeg ik een onduidelijk antwoord van de haastige zorgmedewerker van de afdeling naast mij. Toen ik gedurende mijn dienst aangaf dat ik een pauze nodig had, gaf het avondhoofd mij een snauw. Ze zei dat ze moe was van de moeilijkheden in de organisatie. Dat snapte ik wel.”
Mantelzorgers zijn bang dat hun naasten geen zorg krijgen
“De bewoner waren onrustig. Ze hebben behoefte aan aandacht en wilden weten op welke zorg ze kunnen rekenen. ‘Krijg ik mijn sondevoeding wel om acht uur?’, vroeg een van de cliënten. Hij hield alles in de gaten. Gelukkig was hij ook betrokken bij mij en vroeg steeds hoe het ging. Een mantelzorger vertelde me dat ze bij haar man bleef, omdat ze bang is dat hij geen goede zorg krijgt. ‘Ik blijf altijd zo lang mogelijk, want er gaat hier altijd veel mis’, zei ze. Ook andere mantelzorgers blijven helpen omdat ze zich druk maken over hun naaste. De bewoners verzekerden me dat zij deze vervelende situatie de volgende dag met het vaste personeel zouden bespreken. De steun van de mantelzorgers en cliënten gaf me de kracht de dienst af te maken.”
Door de enorme werkdruk is het vaste personeel aan het overleven
“Er was bijna geen betrokkenheid van zorgverleners van de andere afdelingen. Ze vroegen helemaal niet hoe het ging en of ik al een pauze had genomen. Later op de avond kreeg ik heel eventjes wat hulp van het avondhoofd en een verzorgende van een andere afdeling. In deze organisatie bleek het niet vanzelfsprekend dat collega’s elkaar steunen om de patiënten de nodige zorg te geven. Het doet pijn om te zien dat bewoners daar de dupe van zijn. Zij zijn immers afhankelijk van zorgverleners. Dat er zo weinig onderlinge betrokkenheid was, raakte me diep. Maar ik heb ook begrip hun situatie. Door de enorme werkdruk is het vaste personeel aan het overleven.“
Toen ik de lokatie verliet, voelde ik een enorme beklemming van me afglijden
Saskia is blij dat ze als zzp ‘er kan kiezen geen opdracht meer aan te nemen in deze organisatie. Met veel inzet en moeite heeft ze haar dienst netjes afgerond. “Ondanks alles ben ik rustig gebleven en gedaan wat ik kon. Ik ben een betrokken zorgverlener en heb hart voor bewoners. Die laat ik niet in de steek. Toen ik de locatie na de avonddienst verliet, voelde ik wel een enorme beklemming van me afglijden. Ik stapte mijn vrijheid tegemoet, zo voelde het. Hier kom ik nooit weer terug, dacht ik. Mijn vertrouwen in de professionaliteit van deze organisatie is volledig weg. Als zzp’er kan ik gelukkig kiezen niet meer te werken voor deze organisatie. Het was een drama voor de cliënten en voor mij”.
Voor veel zorgprofessionals is zzp-schap de manier om waardering en autonomie terug te vinden. Ze kunnen zelf bepalen hoe ze werken, met wie ze werken, waar of wanneer ze werken en hoe ze hun agenda zo efficiënt mogelijk kunnen indelen. Onafhankelijk onderzoek toont aan dat zzp een duurzamere werkvorm is dan een loondienstverband. Het personeelstekort, de hoge werkdruk en de dubbele vergrijzing maakt het werken in de zorg en organiseren van zorg steeds complexer. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwacht dat zorgorganisaties personeelstekorten vooraf zien aankomen en maatregelen nemen om de kwaliteit en veiligheid van zorg overeind te houden – Werkplan IGJ 2024.