Een journaliste en – inmiddels – ex-verzorgende IG schreef vorige week een artikel over haar werk in de zorg. Ze is ermee gestopt, omdat het volgens haar zo niet langer kan. Al veel langer staat deze beroepsgroep onder druk. De reacties op het artikel van zorgprofessionals via social media, zijn intens.
Verzorgenden IG onder structurele druk
Verzorgenden IG vormen samen met MBO-verpleegkundigen de grootste groep werkenden binnen de VVT-sector. Zij bieden formele zorg en zijn bevoegd om verschillende verpleegtechnische handelingen uit te voeren. Maar het gaat al een hele tijd niet goed met deze beroepsgroep. Een combinatie van onderbetaling, slecht werkgeverschap en overbelasting drukt de groep de sector uit. En aan de andere kant stokt de instroom. Binnen 5 jaar is het aantal instromers zelfs met 41% gedaald.
Het ziet er naar uit dat de omstandigheden voor deze beroepsgroep niet snel zullen verbeteren, omdat goed werkgeverschap niet ontstaat. Bestuurders lijken drukker met ‘digitalisering’, imago en ‘maatschappelijke programma’s’. Of wanneer je het op een andere manier leest; bezuinigingen.
Verzorgende IG: ‘Ik stop ermee’…
In een artikel in de krant Trouw beschrijft voormalig zorgprofessional Julia ter Beek hoe haar werk als Verzorgende IG steeds verder af kwam te staan van haar morele kompas van zorg verlenen. ‘Gepassioneerd stapte ik ruim vijf jaar geleden over naar de zorg. Ik was hongerig naar wat het mooie vak te bieden zou hebben… Maar eenmaal klaar met de opleiding werd de werkdruk al snel onhoudbaar’, aldus Ter Beek. Waar het vak eerst draaide om aandacht, nabijheid en vakmanschap, werd haar werk in toenemende mate bepaald door registraties, structurele onderbezetting en beleidsmatige keuzes.
Het artikel geeft een beeld van de praktijk waarin aanhoudende hoge werkdruk en onderbezette teams geen incidenten zijn, maar structurele tekortkomingen. Eenvoudige zorgtaken zoals wassen, aankleden en ondersteuning bij het naar bed gaan komen hierdoor zelfs onder spanning te staan. Daarom is er ook steeds minder ruimte voor persoonlijke aandacht, signalering of contact met naasten. Terwijl mantelzorgers prominent in zorgconstructies worden geplaatst door zorgbestuurders, blijft er weinig ruimte over voor samenwerking tussen formele en informele zorg.
Ter Beek benadrukt dat haar besluit om te stoppen met werken in zorg geen afwijzing van het vak is en geen individuele keuze. Maar de huidige omstandigheden zorgden ervoor dat zij binnen 5 jaar van het ‘allermooiste vak van de wereld leren’ ging naar ‘de zorg heeft weinig meer met zorgen te maken. Ik betrapte mezelf erop dat ik cynisch werd en ik wil ook niet meer zo hard lopen. Dus ik stop ermee’
…’en dat zouden meer mensen moeten doen.’
De prikkelende oproep om ook te stoppen, deelde Ter Beek erbij. ‘Zodat in alle lagen van de samenleving doordringt dat het zo niet langer kan.’ Deze boodschap deelden we op social media en binnen 24 uur ontvingen we 150+ reacties. De meeste reacties geven steun aan de oproep van de journaliste:
- ‘Ik ben sindskort in de zorg gegaan en ik kan zeggen dat het schrijnend is’;
- ‘Ik ben 4 jaar geleden gestopt, was er helemaal klaar mee’;
- ‘Men profiteert op je zorghart. Letterlijk, jouw passie en uithoudingsvermogen wordt hun verdienmodel’;
- ‘9 jaar geleden al gestopt. Dit is onmenselijk voor zowel de zorgvrager als de zorgprofessional’;
- ‘Nog een paar jaar en ik sluit me hierbij aan’.
Maar we zien ook dat zorgprofessionals vaak hun eigen autonomie wegstrepen ten opzichte van de gevolgen voor cliënten en patiënten:
- ‘Als je het niet meer aankunt, moet je voor jezelf kiezen. Maar ik denk niet dat we massaal moeten stoppen. Hier hebben we de cliënten mee’;
- ‘Natuurlijk niet. En onze cliënten dan? Dan maar overbelast’;
- ‘Stoppen is geen optie. Haal energie uit de clienten die blij zijn dat je bent geweest. Als jij stopt laat je je collega’s in de steek en neemt de druk alleen maar toe;
- ‘Ik snap heel goed dat mensen stoppen, maar we gaan gewoon door. Ondanks alles kan je de clienten niet in de steek laten.
De sector balanceert op een kantelpunt
Het artikel verwoordt wat veel verzorgenden IG dagelijks ervaren. Een vak dat zou moeten draaien op zorg en aandacht, wordt steeds meer gevormd door registratielast, protocollen en structurele onderbezetting. Het besluit om te stoppen staat niet op zichzelf, maar raakt aan een bredere realiteit waarin zorgprofessionals voortdurend balanceren tussen wat nodig is en wat nog kan.
De reacties op het artikel onderstrepen die spanning. Veel zorgverleners herkennen de hoge werkdruk en het morele conflict tussen zorgen voor zichzelf en zorgen voor cliënten. Sommigen verlaten de sector, anderen blijven juist omdat zij vrezen dat anders cliënten en collega’s de rekening betalen.
Daarmee wordt betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel ingezet om een onhoudbare situatie overeind te houden. De zorgsector balanceert daarmee op een kantelpunt; niet omdat zorgprofessionals het vak de rug toekeren, maar omdat het systeem hen dwingt te kiezen tussen hun werk en hun eigen grenzen. En zolang die keuze individueel wordt neergelegd, blijft het probleem bestaan. Met als gevolg dat steeds meer professionals uiteindelijk vertrekken.