Het CBS meldt dat het aantal jonge zzp in de zorg sterk daalt en koppelt dat aan handhaving op schijnzelfstandigheid. De cijfers laten echter vooral zien wat we níet weten: waar deze professionals naartoe gaan en wat er met hun loopbaan gebeurt nadat zij als zelfstandige uit de statistiek verdwijnen. Is minder zzp werkelijk een oplossing voor de arbeidsmarkt in de zorg, terwijl het dienstverband voor jonge professionals al jaren onder druk staat?
Waar gaan de jonge zzp’ers in de zorg heen?
Het CBS meldt dat het aantal jonge zzp’ers (15–27 jaar) in alle sectoren binnen één jaar met een kleine 20% procent is gedaald. De afname is juist in de sector zorg en welzijn relatief groot. Het zou gaan om een daling van 12.000 jonge zzp’ers in 2024 naar ongeveer 7.000 in 2025; een daling van 42%.
Tegelijkertijd laat dezelfde statistiek zien dat het aantal jongeren dat aan het werk is niet afneemt. Dat roept een vraag op die in het artikel niet wordt behandeld. Verdwijnen deze jonge zorgprofessionals uit het ondernemerschap, of verdwijnen zij uit de zorg? De cijfers geven daar geen duidelijk antwoord op. Het is onbekend hoeveel jonge zzp’ers terugkeren naar loondienst en zo ja, of dat om vaste contracten of opnieuw om flexibele arbeidsrelaties gaat.
Ook is onduidelijk hoeveel jongeren de zorgsector verlaten en hun werk in andere sectoren voortzetten. Ook laat het artikel niet zien of de uitstroom van het aantal jonge zorgondernemers samenhangt met een lagere instroom van nieuwe zelfstandigen. Daarmee zegt het artikel veel dingen niet.
Selectief onderzoek naar zzp in de zorg
Binnen het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) publiceert het CBS al jaren arbeidsmarktinformatie over de zorgsector. Het programma wordt gefinancierd door zorgbranches en het ministerie van VWS. Het is bedoeld om beleidsmakers te voorzien van arbeidsmarktinformatie.
Wanneer we de laatste negentig publicaties van het programma uit de periode 2019–2026 bekijken, valt op dat zzp in de zorg daarin lange tijd nauwelijks een onderwerp is geweest. Dat is bijzonder, omdat juist in dezelfde periode de flexibilisering van de arbeidsmarkt in de zorg sterk is toegenomen. De groei van het aantal zzp’ers is juist in de zorgsector jarenlang leidend geweest. Terwijl thema’s als ziekteverzuim, werkdruk, vacatures en arbeidsmobiliteit regelmatig terugkeren in de AZW-publicaties, kwam het onderwerp zzp slechts zelden aan bod. De groei van het aantal zzp’ers in de zorg bleek weinig relevant. Bij de daling wordt er een andere weg ingeslagen door het CBS.
ZZP blijkt relevant als er wordt gehandhaafd
Pas rond 2023 verschijnen er enkele publicaties waarin zelfstandigen expliciet worden genoemd, waarna het onderwerp weer grotendeels uit beeld verdwijnt. In die context is de recente publicatie over de daling van het aantal zzp’ers opvallend. Juist op het moment dat de politieke discussie over schijnzelfstandigheid op spanning staat, verschijnt opnieuw een artikel waarin de ‘handhaving’ als mogelijke verklaring voor de daling wordt genoemd.
Opmerkelijk is dat deze duiding in het artikel niet wordt onderbouwd met onderzoek naar causale effecten, sectoranalyses of gedragsdata van zorgprofessionals. Daarmee ontstaat een merkwaardige tegenstelling. Jarenlang verschijnt het onderwerp zzp in de zorg nauwelijks in publicaties, terwijl op het moment dat het wél wordt genoemd direct wordt gekoppeld aan overheidsbeleid. Zonder dat te bewijzen.
We schreven eerder over hoe de structurele problemen van de arbeidsmarkt in de zorg via het duiden van halve waarheden niet wordt opgelost.
De houdini van de arbeidsmarkt in de zorg
Wanneer het aantal jonge zzp’ers in een sector in korte tijd zo sterk daalt, kun je twee dingen doen.
- Je kunt zonder onderzoek alvast stellen dat handhaving zelfstandigen naar loondienst doet terugkeren;
- Je zou verdiepend onderzoek kunnen doen naar wat deze zorgprofessionals gaan doen nadat zij zich uitschrijven als zzp’er.
Je kunt statistiek plooien zoals je wil. Je maakt groot waar het nodig is en laat achterwege wat kritisch is. Zo wordt statistiek meer een verdwijntruc dan dat het relevante informatie oplevert. Welke vragen zou je jezelf kunnen stellen als je betrokken bent bij arbeidsmarkt?
Waar gaan deze jonge zorgprofessionals naartoe? Keren zij daadwerkelijk terug naar loondienst in de zorg? Als dat zo is: onder welke voorwaarden en welke contractvorm? Gaat het om vaste banen, tijdelijke contracten of opnieuw om flexibele inzet, maar dan via uitzendwerk of detachering? Blijven deze jongeren werkzaam binnen de zorgsector, of verlaten zij de sector volledig en zetten zij hun loopbaan elders voort? Spelen in de cijfers vooral uitschrijvingen van KvK nummers een rol, of gaat het om fulltime ondernemers? Als zzp in de zorg weinig perspectief biedt aan jongeren, heeft dat dan een relatie met het niet meer volstromen van zorgopleidingen? Zonder inzicht in deze bewegingen zegt een daling van het aantal zzp’ers op zichzelf weinig.
Signalen van jonge professionals liggen al jaren op tafel
De daling van het aantal jonge zzp’ers in de zorg staat niet op zichzelf. Al jaren laten onderzoeken en enquêtes onder jonge zorgprofessionals binnen een vast dienstverband een duidelijk beeld zien. In verschillende studies en analyses komt steeds hetzelfde patroon naar voren:
Jonge professionals ervaren te hoge werkdruk, beperkte autonomie en een gebrek aan professionele ruimte. Dit zijn de meest voorname redenen waarom zorgprofessionals niet terugkeren naar loondienst, ondanks het personeelstekort.
Onderzoek door de FNV stelde jaren geleden al dat een meerderheid van zorgmedewerkers onder de 35 de stap naar zelfstandig werken overwoog. Vanwege overbelasting in loondienst. Het CBS zelf liet via ander onderzoek zien dat overbelasting, agressie en organisatorische druk belangrijke redenen zijn om het dienstverband te verlaten. Tegelijkertijd wezen analyses van banken, sectorrapporten en arbeidsmarktstudies er de afgelopen jaren op dat de groei van zzp in de zorg vaak plaatsvindt waar het traditionele dienstverband tekortschiet. Juist bij jongeren.
Signalen die al jaren bekend zijn en breed zijn gedocumenteerd. Nu het aantal jonge zzp’ers daalt, ligt het daarom voor de hand om die ontwikkeling in het licht van deze structurele signalen te onderzoeken.
Wees voorzichtig met het vieren van zzp krimp
Is het verantwoord om het anti-zzp beleid in de zorg te vieren als je geen beeld hebt van wat deze zorgprofessionals doen? In het publieke debat wordt de daling van het aantal zzp’ers regelmatig gepresenteerd als een succes van handhaving of als een stap richting een gezondere arbeidsmarkt. Ook het CBS koppelt de daling in het artikel direct aan handhaving, zonder dat ze iets weet over de vervolgstappen van deze jonge doelgroep. De enorme vergrijzing van het personeelsbestand in de gezondheidszorg heeft misschien iets anders nodig dan het vieren van het belemmeren van jonge zorgondernemers. De arbeidsmarktprognoses zorg laten zien dat het tekort kan oplopen tot ongeveer 260.000 zorgprofessionals richting 2035.
Als zelfstandigen verdwijnen uit het KvK register, betekent dat niet automatisch dat zij terugkeren naar loondienst in de zorg. Het kan net zo goed betekenen dat zij hun flexibiliteit op een andere manier organiseren, of dat zij de sector helemaal verlaten. In een arbeidsmarkt die al jaren kampt met structurele tekorten is dat geen detail. Trots op het terugdringen van zzp-constructies kan daarom gemakkelijk omslaan in het vieren van krimp van de arbeidsmarkt zelf.
Pas wanneer duidelijk wordt waar deze professionals terechtkomen kan worden beoordeeld of het anti-zzp beleid werkelijk iets oplost. Tot die tijd zegt de daling van het aantal zzp’ers vooral iets over wat we in de statistiek zien verdwijnen en nog weinig over wat er met de arbeidsmarkt in de zorg daadwerkelijk gebeurt.