Bram werkt het liefst in de nacht. Tot nu toe heeft hij nog voldoende opdrachten en daar is hij blij mee. Hij houdt van zijn werk. Dat de sfeer in zorgorganisaties in negatieve zin verandert, vindt hij zorgelijk. Er is meer stress en onzekerheid voor iedereen. Bram deelt zijn ervaringen met ons.
Interview door Paulien den Bode
‘Ik voel me goed bij nachtdiensten, ben geen ochtendmens’
Bram is Verzorgende IG en werkt ruim 16 jaar in de zorg, waarvan 4 jaar als zzp’er. Hij heeft opdrachten in de verpleeghuiszorg, moeder- en kindzorg en de Gehandicaptenzorg. “Ondanks de handhaving op schijnzelfstandigheid, krijg ik nog steeds genoeg opdrachten. Ik kies bewust voor periode opdrachten, want daardoor ken ik cliënten en familie goed. Daarnaast doe ik spoed – en terminale zorg diensten in de nacht. Ik vind het leuk om op meerdere plekken in het land te werken. Ik voel me goed bij nachtdiensten, want ik ben geen ochtendmens”.
Ongewenste aanbiedingen voor dienstverband of uitzendwerk
De bereidheid van zzp’ers om in loondienst te werken is slechts 8%. Dat blijkt uit een onderzoek van de landelijke werkgeverskoepel AWVN. Bram wil niet in loondienst of via een uitzendbureau werken, ook al vliegen de zogenaamde ‘aantrekkelijke’ aanbiedingen hem om de oren. “Mijn brievenbus en mailbox puilen uit met ongewenst aanbod voor werken in loondienst of uitzendwerk. Ze doen daarin allerlei idiote beloften. Via de Kamer van Koophandel hebben ze toegang tot mijn adresgegevens. Ik trek me er niet veel van aan, want ik weet precies wat ik wil: in nachtdiensten werken als zzp ‘er in de zorg. Daar is geen speld tussen te krijgen”.
Opdrachtgever schrapt inhuur zzp én de helft van de bezetting
De aanpak op schijnzelfstandigheid leidt in alle sectoren tot onrust en onzekerheid. Werkgevers die minder of geen zzp’ers inhuren, zien dat de werkdruk van het vaste personeel wordt vergroot. Dit leidt niet alleen tot hogere werkdruk, maar ook tot een grotere kans op uitval en risico’s voor de continuïteit van zorg. Bram hoort dat ook in zijn netwerk. “Een voormalige opdrachtgever heeft de inhuur van zzp‘ers én de helft van de diensten geschrapt. Daardoor zijn de uren van het vaste personeel ook naar beneden gebracht. Voor cliënten zijn daardoor minder uren zorg beschikbaar en alleen voor de minimale basiszorg. Zij krijgen hulp bij eten, douchen, aankleden en naar bed gaan. Voor een praatje, een spelletje, samen koken of een wandeling is helemaal geen tijd meer. Cliënten zijn bezorgd, voelen zich alleen en weten niet meer waar ze op kunnen rekenen ”.
Waar de sfeer vorig jaar nog gemoedelijk was, heerst nu chaos
Als Bram om zich heen kijkt in de instellingen ziet hij veel onrust. Het ziekteverzuim onder vast personeel loopt op en de uitstroom van vast personeel neemt toe. “Van ex-collega’s bij één van mijn voormalige opdrachtgevers hoor ik dat de sfeer in de woning is verslechterd. Waar de sfeer in een woning vorig jaar nog fijn en gemoedelijk was, heerst nu chaos. Er gebeuren rare dingen op de werkvloer. Een voorbeeld. Met het oog op mijn vertrek als zzp‘er per 1 januari liep een uitzendkracht in december met mijn nachtdiensten mee. Het was iemand die de noodzakelijke handelingen niet beheerste. Denk aan als het aansluiten van een sondevoeding of adequaat reageren op een epilepsieaanval. Deze uitzendkracht vroeg mij: ‘mag ik je bellen als ik het even niet weet wat ik moet doen’? Dat klopt toch niet?”.
Het werk blijft hartstikke leuk
Slechts enkele opdrachtgevers van Bram zijn gestopt met de inhuur van zzp ‘ers. Zorgorganisaties geven toe dat zij niet zonder zzp’ers kunnen. “Op dit moment heb ik enkele nieuwe opdrachtgevers, waarvoor ik wat langer reizen. Dat heb ik ervoor over. Het werk blijft hartstikke leuk. Cliënten hechten zich ook aan zzp‘ers, want zij maken geen onderscheid tussen zzp’ers en vast personeel. Ik ben iedere blij dat ik weer aan het werk mag. En ik blijf dit werk doen zo lang het me gegund is”.