Alhoewel 24 uurs zorg thuis wenselijk is voor cliënten die zo lang mogelijk thuis willen blijven wonen, blijkt het voor professionals een onwerkbare vorm van zorg. Problemen met financiering, de arbeidstijdenwet en de aanpak schijnzelfstandigheid hebben deze waardevolle vorm van zorg steeds verder in de problemen gebracht. De cliënt, familie en mantelzorg hebben het nakijken.
24 uurs zorg thuis was de standaard bij palliatieve zorg
Tot ruim een jaar terug, was 24 uurs zorg thuis heel gangbaar voor mensen die het liefst thuis wilden sterven. Een professional in fysieke nabijheid biedt cliënt en familie rust, zodat zij zich kunnen concentreren op het naderende afscheid. Deze vorm van zorg is decennia lang goed verlopen en werd in de praktijk uitgevoerd door zzp’ers in de zorg. Dat gebeurde in de praktijk via zzp’ers, omdat de arbeidstijdenwet 24 uurs zorg door één werknemer binnen één huishouden onmogelijk maakt. Financiering voor meerdere werknemers ontbreekt. Zzp’ers boden vaste gezichten tijdens de moeilijkste levensfase. Inmiddels wordt inwonende zorg ook als alternatief gezien voor het verpleeghuis, bijvoorbeeld bij dementie en zware lichamelijke aandoeningen. Toch staat deze vorm van zorgverlening onder grote druk.
Voorheen: all-in 24 uurs tarief door zzp’ers
Via een all-in 24-uurs tarief stelden zzp’ers zich beschikbaar en werkten zij meestal als onderaannemer voor thuiszorgorganisaties. Dit werkte aan vier kanten. Voor de zorgverzekeraar betekende dit geen vol uurtarief 24 uurs achter elkaar, terwijl de verzekerde toch continu zorg kreeg. Voor de thuiszorgorganisatie betekende dit continuïteit van zorg voor cliënten, ook in de laatste intensieve fase. Voor de zorgprofessional betekende het continuïteit in zorgverlening, het vak zoals het bedoeld is en passende inkomsten. De cliënt en familie had permanent professionele zorg in nabijheid, vaak met een maximum van drie maanden. Dat systeem is onderbroken nu zzp inzet belemmerd wordt.
Tarief voor 24 uurs zorg is onvoldoende voor de CAO
Belangrijk om op te merken is dat ook al zouden zorgorganisaties 24 uurs formele zorg aan huis willen bieden aan cliënten, het tarief vanuit zorgverzekeraars tekort schiet om aan de CAO verplichtingen te voldoen. De zorgverzekeraar vergoed namelijk geen 24 uur zorg binnen het huishouden, maar financiert aanwezigheid in de regio. Op afroep dus en voor meerdere cliënten tegelijkertijd. Voor de client en familie minder veilig, maar voor de verzekeraar minder duur. Als je 24-uurs zorg via de CAO wil organiseren, vraagt dit enkele duizenden euro’s per dag aan financiering voor loonkosten, nacht- en onregelmatigheidstoeslagen. De zorgverzekeraar vergoed daar in de praktijk ongeveer een kwart tot een derde van die kosten. Dat kwart was genoeg voor zzp’ers en hun all-in tarief en verliep jarenlang op deze wijze. Inmiddels wordt onderaannemerschap voor thuiszorgorganisaties belemmerd door de aanpak schijnzelfstandigheid.
Aanpak schijnzelfstandigheid verstoort 24 uurs zorg
De aanpak schijnzelfstandigheid maakt zorgorganisaties angstig en onzeker over de financiële gevolgen van zzp inhuur. Dat geldt ook bij de thuiszorg, ondanks dat er meerdere goedgekeurde modelovereenkomsten voor de extramurale zorg voorhanden zijn. Het was bijvoorbeeld thuiszorg organisatie Buurtzorg, die via de landelijke media groots aankondigde af te willen van zzp’ers. Na decennia lang trouwe inzet, reageerden zzp’ers verbolgen. In het geval van Buurtzorg werd de 24 uurs zorg aan huis vervangen door een medewerker die in de regio actief was voor meerdere cliënten. Met digitale hulpmiddelen worden mensen in de laatste levensfase nu op afstand in de gaten gehouden. Dat is toegestaan, omdat ‘dag en nacht zorg en toezicht’ wil zeggen dat er 24 uur per dag zorg iemand oproepbaar is. Niet dat die persoon in de directe nabijheid is.
Dit sluit niet aan bij de behoefte van cliënten, maar is inmiddels wel praktijk.
Arbeidstijdenwet staat 24 uurs zorg via loondienst in de weg
Is het met zzp belemmeringen dan toch niet mogelijk om mensen in loondienst 24 uurs zorg thuis te laten verlenen binnen het huishouden? Het is immers een behoefte van mensen met een intensieve zorgvraag. De Arbeidsinspectie geeft aan niet af te wijken van haar normen rondom de Arbeidstijdenwet (ATW) bij dit type zorg. Brancheorganisatie Zorgthuisnl wilde een uitzondering om toch 24 uurs zorg in directe nabijheid via werknemers te kunnen geven. Dat kan niet. Rusttijden zijn namelijk niet te garanderen. De ATW vereist minstens 11 uur aaneengesloten rust per 24 uur en dat is onmogelijk met nachtelijke onderbrekingen. De Arbeidsinspectie wil hier geen uitzonderingen op maken. Sterker nog, er is juist meer handhaving nodig bij inwonende zorg zo blijkt uit de misstanden.
Misstanden bij 24 uurs zorg met informele zorgverleners
Op dit moment gaat 24 uurs zorg met informele of inwonende zorgverleners, regelmatig gepaard met ernstige misstanden. Omdat het 24-uurs tarief laag is, wordt vaak mensen uit andere werelddelen de mogelijkheid geboden in te wonen bij cliënten. Dit tegen een laag loon. Informele zorgverleners werken structureel meer uren dan contractueel is vastgelegd en zijn feitelijk permanent beschikbaar. Dit blijkt uit een reportage. Nachtelijke onrust, oproepen en ‘aanwezig zijn’ worden niet als werktijd gezien, terwijl dit juridisch wel arbeid is. Daarbovenop komt een afhankelijkheidsrelatie. De zorgverlener woont in bij de cliënt, is vaak afkomstig uit het buitenland en kent de Nederlandse wet- en regelgeving onvoldoende. In een recent item op EenVandaag leiden sommige gevallen tot ‘grensoverschrijdend gedrag, gebrek aan ondersteuning en uitbuiting’. Door het belemmeren van formele 24-uurs zorg is een circuit op gang gekomen van betaalde mantelzorg. Dat werkt lang niet altijd goed, omdat professionele zorg in huis nogal wat blijkt te vragen.
24 uurs zorg thuis: wenselijk, maar onwerkbaar
24 uurs zorg aan huis is niet verdwenen omdat de behoefte is afgenomen, maar omdat een opeenstapeling van wet- en regelgeving deze zorgvorm stap voor stap onmogelijk hebben gemaakt. De handhaving op schijnzelfstandigheid belemmert de inzet van zzp’ers, terwijl de Arbeidstijdenwet het organiseren van 24 uurs zorg via loondienst binnen één huishouden onmogelijk maakt. Tegelijkertijd wordt financiering vanuit zorgverzekeraars ingericht op regionale beschikbaarheid en oproepbaarheid, niet op continue nabijheid bij één cliënt. Elk onderdeel valt te verdedigen vanuit zijn eigen logica, maar daar heb je niet veel aan als je voortdurend zorg nodig hebt. Wat nu overblijft zijn noodoplossingen. Complexe constructies met informele zorgverleners, het zoeken naar alternatieve financiering of het particulier betalen van all-in tarieven. In de dagelijkse praktijk is het gevolg zichtbaar. Niet de zorgprofessional of de organisatie, maar de cliënt ondervindt de gevolgen van een systeem dat langs elkaar heen is gaan werken. Dat er te weinig mogelijkheden zijn om thuis te kunnen sterven, bleef de afgelopen tien jaar onveranderd en werd nog problematischer.