Met twee nieuwe SZW ministers Hans Vijlbrief (D66) en Thierry Aartsen (VVD) op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), zou de broodnodige cultuurverandering plaats kúnnen vinden. Deze twee nieuwe potentiële SZW ministers zijn namelijk beiden pro ondernemerschap. Aartsen stond aan de wieg van de Zelfstandigenwet en kreeg steun van Vijlbrief. Wordt het huidige beleid tegen zzp’ers, eindelijk omgevormd tot een aanpak met rechtszekerheid?
Ministerie SZW, oude stijl
Sinds het aantreden van minister van Gennip in 2022, doorloopt het ministerie van SZW een stappenplan om het dienstverband als norm op te leggen.
- De eerste stap was het oprekken van het probleem ‘schijnzelfstandigheid‘, naar alle inkomens, alle sectoren. Niet gebaseerd op feiten, maar wel voortdurend in een frame geplaatst van een groot maatschappelijk probleem. Hoogtepunt in de verwijten zonder bewijs, waren die van polder hoogleraar Verhulp in het FD. ‘Het zou hem niet verbazen als zelfs de helft van alle zzp’ers schijnzelfstandige blijken te zijn’. Later zou blijken dat het ministerie van SZW geen idee heeft hoeveel schijnzelfstandigheid er is, waar het zit en kan ze ook niet uitleggen wanneer je het precies bent. De verwijten zijn dan wel al drie jaar lang herhaald en overgenomen door de media;
- De handhaving schijnzelfstandigheid lanceren was stap twee. Sinds 1 januari 2025 dreigt de Belastingdienst met naheffingen voor opdrachtgevers als je de arbeidswet niet volgt, maar kan zij niet uitleggen hoe je precies de arbeidswet volgt. Logisch gevolg werd een herhaling van de onrust uit 2016 in 2025. Angst en onzekerheid doen opdrachtgevers uit voorzorg afscheid nemen van zzp inhuur, met grote gevolgen voor zelfstandig ondernemers. Angst stuurt sindsdien het gedrag op de arbeidsmarkt bij de aanpak schijnzelfstandigheid. Volgens de architect van de handhaving binnen de Belastingdienst, hoeft dat niet uit te maken. Als een wet niet precies te volgen is, maar burgers doen wel wat je wil, dan heb je nog steeds politiek succes. Met of zonder rechtszekerheid;
- De derde stap was wensdenk-wetgeving; de VBAR. Als je nou een wet maakt die ‘ingebed werk’ tot dienstverband verklaart, dan kunnen organisaties geen beroep meer doen op zzp’ers bij ‘piek’ of ‘ziek’. Werkenden en werkgevers worden vervolgens tot een dienstverband gedwongen. Om zo’n wet te kunnen maken moet je dan wel selectief met de arbeidswet omspringen, maar dat vond het ministerie van SZW geen belemmering. Het kwam in totaal tot drie vergelijkbare concepten van de wet VBAR. Alledrie werden fors bekritiseerd, bij alle drie haalde de SZW ambtenaren de schouders op. Dat de Hoge Raad aangaf dat ‘inbedding’ niet automatisch een dienstverband kan betekenen, maakte het ministerie niet uit.
Bij de start van de nieuwe coalitie is de VBAR van tafel, zijn de onjuiste beweringen over schijnzelfstandigheid definitief ontkracht, maar staat de handhaving nog overeind. Tegen wetgeving in, worden groepen zzp’ers op één hoop gegooid en alvast beticht van schijnzelfstandigheid. Terwijl het hof kort geleden nog herhaalde dat iedere zzp’er individueel beoordeeld moet worden.
Ministerie SZW, nieuwe stijl?
Wil het zelfstandig ondernemerschap weer in positie komen, dan is er een forse cultuuromslag nodig binnen het ministerie van SZW. De twee beoogde nieuwe SZW ministers zouden dat zomaar eens kunnen brengen. Hans Vijlbrief zou minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) worden als zijn benoeming er doorheen komt. We lezen op de VVD website terug dat Thierry Aartsen binnen SZW minister ‘Werk en Participatie’ wordt.
Waar SZW de afgelopen jaren communiceerde alsof zzp vooral een probleem is dat je moet indammen, hebben Vijlbrief en Aartsen juist publiek het omgekeerde signaal afgegeven. Vijlbrief zei dat hij “schrok” van de politieke reflex om na het opheffen van het moratorium meteen “volledig” te gaan handhaven, omdat je dan ook de groep raakt die “met plezier” zelfstandig werkt. In verkiezingstijd riep Vijlbrief op om “zzp’ers de status te geven die ze verdienen”. Dit mag hij waarschijnlijk nu zelf vorm gaan geven.
Aartsen zette dezelfde lijn scherp neer met zijn politieke statement “zzp kan wel!” en eiste dat de overheid de “angst en onduidelijkheid” bij opdrachtgevers wegneemt. Hij was ook de veroorzaker van de initiatiefwet Zelfstandigenwet, die ook door Vijlbrief werd gesteund. De twee politici dienden samen moties in die de regering opriepen tot een overheidscampagne die expliciet uitlegt dat werken met zzp’ers “gewoon kan” en hoe je dat veilig organiseert.
Dit werd genegeerd door het toenmalige kabinet.
“Kan Vijlbrief de zzp-knoop ontwarren?”
Comité ZZP heeft zich inmiddels uitgesproken over de nieuwe beoogde ministers. Op LinkedIn vraagt de zzp vereniging zich af of Vijlbrief de zzp knoop kan ontwarren. “Eindelijk iemand die snapt dat dit dossier niet alleen juridisch, maar vooral economisch vastzit”, klinkt het vanuit het bestuur van Comité ZZP. Maar er is ook voorzichtigheid. “De vraag is niet of Vijlbrief het begrijpt, maar of hij de ruimte krijgt om te bouwen in plaats van alleen puin te ruimen.” Dat het SZW-dossier wordt gedeeld met Thierry Aartsen als minister voor Werk en Participatie betekent dat er mogelijk vuurwerk op komst is. “Dit kan een doorbraak worden, of een klassiek Haags evenwicht waarin niemand echt durft te kiezen.” Binnen de zzp-gemeenschap overheerst vooral de hoop “dat zelfstandigheid eindelijk wordt gezien als een volwaardige arbeidsvorm, niet als een probleem dat moet worden ingeperkt.”
Krijgen we een nieuwe SZW tijdperk?
Als het duo Vijlbrief en Aartsen aan de macht komen binnen het ministerie van SZW, dan zal dat een forse botsing met de ambtelijke “oude stijl” veroorzaken. Geen beleid meer los van wetgeving dat via dwang moet leiden tot een dienstverband, maar rechtszekerheid en uitvoerbare kaders als uitgangspunt. Dat vraagt om meer dan een koerscorrectie, namelijk een cultuuromslag. Jarenlang werd zelfstandig ondernemerschap ontmoedigd via handhaving zonder duidelijk norm, onderbouwd door framing zonder feiten. Juist nu de nieuwe zzp-maatregelen laten zien hoe groot de onzekerheid blijft, staat er veel op het spel. Hoe ziet het beschermen van de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt er precies uit? Komt er sectorale uitsluiting in sectoren zoals de zorg?
Als Vijlbrief en Aartsen hun woorden omzetten in daden, dan betekent dat definitief afscheid nemen van indirect beleid en werken aan wetgeving waarin rechtszekerheid centraal staat. Niet nog een rondje modderen op de lijn-Van Gennip, maar een heldere basis voor de zelfstandige van nu. En haar opdrachtgevers. Zou er een nieuw SZW tijdperk aanbreken die rekening houdt met de wensen van werkenden? We blijven het volgen.