In de rechtszaak tussen een zorgbureau en zzp’ers is door de rechter bevestigd dat hun werkwijze niet schijnzelfstandig was. De zzp’ers waren voldoende ondernemer en de werkwijze kent geen gezag tussen bureau en opdrachtnemer. De rechter bevestigt daarmee 8 kenmerken bij voorkomen van schijnzelfstandigheid in de zorg. Deze kenmerken zijn al jaren bekend, maar werden binnen de zorg lang afgedaan als niet relevant.
Rechter: zzp’ers in de zorg niet schijnzelfstandig
De discussie over schijnzelfstandigheid in de zorg is lang bepaald door het frame dat zzp’ers in de zorg geen ondernemers zouden zijn. Dat er vanzelfsprekend ‘gezag‘ moet worden uitgeoefend over zorgprofessionals. Zeker bij lage tarieven moét er wel sprake zijn van een dienstverband. Toch? In een nieuwe uitspraak laat de rechter opnieuw zien dat deze framing niet waar is.
Zorgmaatje aan Huis en drie zzp’ers in de zorg stapten gezamenlijk naar de rechter. Het zorgbureau levert betaalde mantelzorg aan individuele cliënten en werkt met een overeenkomst van opdracht. De client betaalde in dit geval ongeveer € 35 per uur aan het bureau, waarbij zzp’ers € 21,60 per uur ontvingen. Een fors lager tarief dan de € 37 per uur die de politiek als grens stelde om werkenden te beschermen. Die behoefte aan bescherming hadden deze zzp’ers in de zorg niet.
De centrale vraag die wel gesteld werd: houdt het bureau met haar werkwijze deze zzp’ers buiten dienstverband?
8 kenmerken bij voorkomen van schijnzelfstandigheid in de zorg
De kantonrechter concludeerde dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat de samenwerking dus een overeenkomst van opdracht mag zijn. In deze zaak viel op dat de rechter uitgebreid toelichting heeft gegeven over welke omstandigheden schijnzelfstandigheid voorkomen.
We telden 8 kenmerken die niet nieuw zijn en we ook terugvinden in het Fiscaal Kompas ZZP Zorg uit 2024.
1. Tijdelijke opdracht, in plaats van een vaste werkrelatie
De rechter stelt vast dat iedere inzet een afzonderlijke opdracht betreft met een eigen begin- en eindmoment. Daardoor ontstaat er geen vaste arbeidsrelatie. Ook het Fiscaal Kompas noemde tijdelijke inhuur van beperkte uren omvang een belangrijk uitgangspunt. Het langdurig of structureel invullen van dezelfde functie moet voorkomen worden. Volgens het Kompas moet sprake zijn van “tijdelijke inhuur (duur) van een beperkte omvang”. Juist dat onderscheid zag de rechter ook terug in deze zaak.
Lees ook: Hoe maak je de stap van ad-hoc diensten naar een projectopdracht?
2. De zorgprofessional bepaalt ‘wanneer’ en ‘hoe’ het werk gedaan wordt
Volgens de rechter bespreken cliënt en zorgprofessional samen welke ondersteuning wordt geleverd en op welke momenten. Het zorgbureau staat daar buiten. Het Fiscaal Kompas noemt dit één van de belangrijkste kenmerken van zelfstandig werken. Daarin staat dat een zorgprofessional de werkzaamheden “naar eigen inzicht” moet kunnen verrichten en dat de opdrachtgever geen aanwijzingen mag geven over de wijze waarop het werk wordt uitgevoerd. De opdrachtgever mag sturen op het resultaat, niet op het “hoe”.
Lees ook: De zorgsector kent weinig gezag
3. Verantwoording afleggen is niet hetzelfde als gezag
De zzp’ers in de zorg hielden via een app bij wat zij hadden gedaan aan werkzaamheden. De rechter vond dat geen bewijs voor een arbeidsovereenkomst. Ook dat sluit goed aan bij het Fiscaal Kompas. Daarin staat dat een zorgprofessional verplicht is om verantwoording af te leggen over de uitvoering van de opdracht, maar dat dit “op zichzelf geen indicatie vormt voor de aanwezigheid van een dienstbetrekking”. Rapporteren maakt iemand dus nog geen werknemer. Dat past bij deze andere uitspraak van een rechter, waarbij werd bevestigd dat het gebruik van een electronisch cliëntendossier een landelijke eis is. Dus geen indicatie is voor lokaal gezag.
4. Zelf vervanging kunnen regelen doet ertoe
Ook werden modelovereenkomsten met ‘vrije vervanging’ als basis terzijde geschoven door de Belastingdienst, de rechter oordeelt hier toch genuanceerder over. De zzp’ers in de zorg van Zorgmaatje aan Huis zijn zelf verantwoordelijk waren voor vervanging. Dat doet ertoe. De afspraak dat een zelfstandige zelf voor vervanging zorgt, wijst volgens zowel de rechter op een zelfstandige positie. Ook het Fiscaal Kompas noemt dit expliciet als relevant element. Daarbij wordt benadrukt dat vervanging niet alleen op papier moet bestaan, maar ook daadwerkelijk mogelijk moet zijn.
5. Vrijheid om opdrachten te weigeren is van belang
Zzp’ers mogen zelf bepalen of zij opdrachten accepteren. Misschien vanzelfsprekend voor zzp’ers zelf, maar relevant voor de rechter. Het Fiscaal Kompas noemt hetzelfde uitgangspunt. Daarin staat dat een zorgprofessional “niet verplicht is een opdracht te accepteren” en zich ook niet beschikbaar hoeft te houden tussen opdrachten. Dat onderscheidt een zelfstandige van een werknemer die beschikbaar moet blijven voor werk.
6. Geen onderdeel van de interne organisatie
Welke omstandigheden waren er niet? Er waren geen functioneringsgesprekken, verplichte trainingen of interne overleggen waar zzp’ers aan deel moesten nemen. Volgens de rechter wijst dit op het werken buiten dienstverband. Het Fiscaal Kompas gebruikt dezelfde gedachtegang. Daarin staat dat een zorgprofessional geen deel mag uitmaken van de interne organisatie en dus niet deel moet nemen aan personeelsactiviteiten die niet direct te maken hebben met de opdracht. Persoonlijke inbedding wordt op die manier voorkomen.
7. Ondernemersrisico blijft bestaan
De rechter noemde het ontbreken van loon bij ziekte, alleen betaald worden voor de uren die je werkt en verantwoordelijk zijn voor continuïteit van zorg, voorbeelden van ondernemersrisico. Het Fiscaal Kompas benoemde dezelfde uitgangspunten. Een zorgprofessional heeft geen recht op doorbetaling als de werkende verhinderd is en draagt zelf de financiële gevolgen van die afwezigheid. Dat risico hoort ook volgens het Kompas bij zelfstandig ondernemerschap.
8. Meerdere opdrachtgevers
De rechter wees erop dat de zzp’ers in de zorg niet exclusief voor Zorgmaatje aan Huis werkten en ook niet verplicht waren zich beschikbaar te houden voor dat zorgbureau. Het Fiscaal Kompas noemt meerdere opdrachtgevers expliciet als belangrijke tegenhanger van een dienstverband. “Zorgprofessional heeft meerdere opdrachtgevers en is niet afhankelijk van één bepaalde opdrachtgever.” Ook op dit punt lopen de uitspraak van de rechter en het beoordelingskader met elkaar op.
Fiscaal Kompas opnieuw bevestigd
De acht kenmerken die de rechter noemt zijn niet nieuw. Ze komen allemaal terug in het Fiscaal Kompas ZZP Zorg uit 2024, dat door de brancheorganisaties van werkgevers werd opgesteld als handvat voor de beoordeling van arbeidsrelaties in de zorg. Dat maakt deze uitspraak voor ons interessant. Een actuele rechtszaak laat opnieuw zien dat zelfstandige inzet in de zorg juridisch mogelijk is wanneer de feitelijke werkwijze aansluit bij kenmerken die al langer bekend zijn.
‘Fiscaal Kompas kan naar de shredder‘
Het Fiscaal Kompas ZZP Zorg werd na publicatie stevig bekritiseerd. Zo stelde fiscaal advocaat Boris Emmerig dat het document onvoldoende houvast bood en zelfs “naar de shredder“ kon. Ook nu blijft vanuit dezelfde hoek de boodschap klinken dat zelfstandige inzet in de zorg juridisch nauwelijks houdbaar zou zijn. Dat blijkt anders te liggen.
De nieuwe uitspraak ondersteunt opnieuw het gedachtengoed van het Fiscaal Kompas. Dat Kompas was een vervolg op het Fiscaal Kader, waar de Belastingdienst nauw bij betrokken was. De zorgsector geeft voldoende aanleiding om te kunnen werken met zzp’ers. Toch huren zorgorganisaties nog maar beperkt zzp’ers in. Hoe is dat mogelijk?
Luister ook naar onze podcast over schijnzelfstandigheid en wat dit betekent voor de zorg.
Onnodig aan de zijlijn
Duizenden zorgprofessionals verloren hun werkvorm. Flexibele capaciteit verdween uit de zorg. Organisaties bouwden hun zzp-inzet versneld af en ervaren zorgprofessionals gingen op zoek naar ander werk. Of een andere sector.
Deze ontwikkeling vond plaats terwijl de juridische mogelijkheden al lang op tafel lagen. Inmiddels bevestigen rechters dat zelfstandige inzet in de zorg mogelijk is. Het beeld dat zzp in de zorg per definitie niet voor te stellen is, blijkt ook in deze uitspraak opnieuw niet houdbaar.
Het dossier zzp in de zorg is blijkbaar geen bijzonder juridisch vraagstuk, zo kunnen we concluderen. De rechter beoordeelt de zaak genuanceerd, per geval en de zorgsector is zoals ook andere sectoren.
Waarom leggen overheid, Belastingdienst, enkele experts en zorgbestuurders dan al jaren zo eensgezind en zo nadrukkelijk de nadruk op de onmogelijkheden in de zorg? Blijkbaar wordt de poging om zzp in de zorg te ontmoedigen niet gevoed door arbeidsrechtelijke of fiscale onduidelijkheid. Rechters blijven immers bevestigen dat zelfstandige inzet onder omstandigheden mogelijk is.
Welke andere belangen, ideologieën of beleidsdoelen bepalen het lot van de zzp’er in de zorg nu werkelijk?
Meer lezen?
-
Rechter over zzp’er in de zorg: geen gezag, dus geen schijnzelfstandigheid;
-
Rechtbank: anesthesiemedewerker werkt zelfstandig, binnen kaders van anesthesioloog;
-
Rechtbank: operatieassistent werkt als zelfstandige, chirurg oefent geen gezag uit;
-
Rechtbank: geen gezag over een praktijkondersteuner (POH) bij werk voor een huisarts.